183. Nieuwstadt - Vlodrop at EveryTrail
Een wandeling die langs de grens voert langs uitgestrekte velden en zo
nu en een bos. Het valt op hoeveel grenspalen hier wel niet staan. Op
sommige stukken nabij Haaren zie je er wel vijf in één oogopslag.
We
beginnen de tocht in Nieuwstadt. Of het nou echt een vestingstad was,
valt te betwijfelen, maar het had wel de potentie. We steken de
afwateringsbeek De Vloedgraaf over en komen in het Duitse Isenbruch en
lopen dan langs Schalbruch. Het zijn wel oude plaatsjes, maar er is
niets van terug te vinden. Beide plaatsjes maken deel uit van de
Gemeente Selfkant, het meest westelijke gedeelte van de Bondsrepubliek,
waarvan diverse stukken na de oorlog door Nederland waren geannexeerd.
We
schampen nog net Koningsbosch (De Boesj) om daarna via de grens naar
Waldfeucht te lopen. Ik weet niet wat het is met die Duitse plaatsjes,
maar ze missen toch dat schilderachtige van de Nederlandse dorpen. Dat
neemt niet weg dat Waldfeucht heel oud is, een beloopbare grachtenwal
heeft en een heus Slot, wat nu als gemeentehuis dienst doet. Ook hier
vind je geen oude kerken.
Ook hier staat de tijd niet stil, want je
struikelt hier over de oranje fiberkabels, die door een Nederlands
bedrijf worden aangelegd. Heel Kreis Heinsberg, waar Selfkant en
Waldfeucht weer deel van uitmaken gaat digitaal.
Bij Haaren komen we
aan de grens een bijzonder kerkhof tegen. Ik dacht eerst dat het een
oorlogskerkhof was, maar dat is niet het geval. De ontwerper had bepaald
dat, onder het mom van: voor de dood allen verschillend en na de dood
allemaal gelijk, alle perken en vooral kruizen (wit) hetzelfde moesten
zijn. Zelf de paddenstoel moest worden uitgebannen en dat valt niet mee
als je dorp Waldfeucht heet. Ik geloof dat ze hem nu hebben toegestaan,
want er was geen houwen aan natuurlijk.
Ten hoogte van Voorst lopen
we langs een moerasachtig bos langs en daarna langs de Kitschbach die
over 500m de grens met Nederland en Duitsland vormt.
We naderen
Vlodrop. Pas op het is net zoals Geldrop geen Vlodorp. We spreken van
een methatese oftewel een medeklinkerverwisseling. De bewonders vonden
dat destijds makkelijker uit te spreken. De Martinuskerk (1926) torent
als een machtig gebouw uit het landschap. De witte nepraampjes zijn
opvallend en het gebouw is opvallend groot voor zo'n klein dorp, maar
dat heb je wel meer met kerken.
De wandeling eindigt bij het beeld
van schoolmeester Gerard Krekelberg, dichter van het Limburgs volkslied
"waar in 't bronsgroen eikenhout". Het feit dat het pas dateert van
1909, illustreert de jonge geschiedenis van de Limburgers, die met dit
lied wilde aantonen dat ze toch ook bij Nederland hoorden. Het laatste
couplet is zelfs een hommage aan de oranjes: "Waar aan 't oud
oranjehuis, 't volk blijft hou en trouw....". Heel Limburg, dus ook de
Belgen zingen dit lied, maar van dat laatste couplet moeten de Belgen
niets hebben. Daarbij, de tekst is Nederlands, dus de Limburgers gaan
wel heel diep met dit lied.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten